• Protocol Gewenst Gedrag

    Ter voorkoming van grensoverschrijdend gedrag

    Korfbal is een sport waarbij sprake is van lichamelijk contact binnen het veld. Daarnaast wordt er gezamenlijk gebruik gemaakt van de dames of heren kleedkamer, waar ook gedoucht wordt. Spelers zien veel van elkaar en leren elkaar steeds beter kennen en dat geldt ook voor de trainers, coaches en coördinatoren.

    Dit protocol beschrijft:

    • De omgangsregels en gedragsregels die DUKO hanteert en uitdraagt om grensoverschrijdend gedrag en seksuele intimidatie te voorkomen;

    • Hoe je signalen van kindermishandeling kunt herkennen en welke stappen je binnen DUKO dient te ondernemen als je vermoedt dat er sprake is van kindermishandeling;

    • De Verklaring Omtrent Gedrag (VOG);

    • Vertrouwenspersoon.

    Voorkomen grensoverschrijdend gedrag/seksuele intimidatie

    Seksuele intimidatie is elke vorm van gedrag of seksuele toenadering in verbale, non-verbale of fysieke zin, opzettelijk of onopzettelijk, die door de persoon die het ondergaat als ongewenst of gedwongen wordt ervaren.

    Onderstaande omgangsregels en gedragsregels hanteren én uitdragen helpt om grensoverschrijdend gedrag te voorkomen.

    Omgangsregels:

    • Ik accepteer en respecteer de ander zoals hij is en discrimineer niet. Iedereen telt mee binnen de vereniging;

    • Ik houd rekening met de grenzen die de ander aangeeft;

    • Ik val de ander niet lastig;

    • Ik berokken de ander geen schade;

    • Ik maak op geen enkele wijze misbruik van mijn machtspositie;

    • Ik scheld niet en maak geen gemene grappen of opmerkingen over anderen;

    • Ik negeer de ander niet;

    • Ik doe niet mee aan pesten, uitlachen of roddelen;

    • Ik vecht niet, ik gebruik geen geweld, ik bedreig de ander niet, ik neem geen wapens mee;

    • Ik kom niet ongewenst te dichtbij en raak de ander niet tegen zijn of haar wil aan;

    • Ik geef de ander geen ongewenste seksueel getinte aandacht;

    • Ik stel geen ongepaste vragen en maak geen ongewenste opmerkingen over iemands persoonlijk leven of uiterlijk;

    • Als iemand mij hindert of lastigvalt dan vraag ik hem/haar hiermee te stoppen. Als dat niet helpt, vraag ik een ander om hulp. Deze ander kan een ouder, teamgenootje, trainer/coach, coördinator zijn. DUKO biedt ook de mogelijkheid om hulp te vragen bij de vertrouwenspersoon van de vereniging;

    • Ik help anderen om zich ook aan deze afspraken te houden en spreek degene die zich daar niet aan houdt erop aan en meld dit zo nodig bij de vertrouwenspersoon en/of het bestuur.

    Omgangsregels kunnen gezien worden als algemene uitgangspunten voor gedrag. In de sport is de relatie tussen de trainer en de sporter erg belangrijk. Daarom heeft de georganiseerde sport gedragsregels vastgesteld. Deze gedragsregels zijn gericht op trainers/ coaches/ begeleiders/ kaderleden (verder in de tekst begeleider genoemd) en maken deel uit van het Tuchtreglement van de sportbond. De gedragsregels geven aan waar de grenzen liggen in het contact tussen begeleider en sporter. De gedragsregels vormen - aangevuld met de omgangsregels - een richtlijn voor de omgang tussen sporters en begeleiders.

    Gedragsregels

    Deze gedragsregels zijn anders dan omgangsregels afdwingbaar. Als één of meerdere gedragsregels overtreden wordt dan kan een tuchtprocedure met tuchtrechtelijke sancties volgen vanuit de sportbond.

    De ‘Gedragsregels begeleiders in de sport’ zoals vastgesteld binnen de georganiseerde sport worden ook bij DUKO gehanteerd:

    • De begeleider moet zorgen voor een omgeving en een sfeer waarbinnen de sporter zich veilig kan voelen;

    • De begeleider onthoudt zich ervan de sporter te bejegenen op een wijze die de sporter in zijn waardigheid aantast, én verder in het privéleven van de sporter door te dringen dan nodig is in het kader van de sportbeoefening;

    • De begeleider onthoudt zich van elke vorm van (machts)misbruik of Seksuele Intimidatie tegenover de sporter;

    • Seksuele handelingen en seksuele relaties tussen de begeleider en de jeugdige sporter tot achttien jaar zijn onder geen beding geoorloofd en worden beschouwd als seksueel misbruik;

    • De begeleider mag de sporter niet op een zodanige wijze aanraken dat de sporter en/of de begeleider deze aanraking naar redelijke verwachting als seksueel of erotisch van aard zal ervaren, zoals doorgaans het geval zal zijn bij het doelbewust (doen) aanraken van geslachtsdelen, billen en borsten;

    • De begeleider onthoudt zich van (verbale) seksueel getinte intimiteiten via welk communicatiemiddel dan ook;

    • De begeleider zal tijdens training (stages), wedstrijden en reizen gereserveerd en met respect omgaan met de sporter en met de ruimte waarin de sporter zich bevindt, zoals de kleedkamer of de hotelkamer;

    • De begeleider heeft de plicht - voor zover in zijn vermogen ligt - de sporter te beschermen tegen schade en (machts)misbruik als gevolg van Seksuele Intimidatie. Daar waar bekend of geregeld is wie de belangen van de (jeugdige) sporter behartigt, is de begeleider verplicht met deze personen of instanties samen te werken, opdat zij hun werk goed kunnen uitoefenen;

    • De begeleider zal de sporter geen (im)materiële vergoedingen geven met de kennelijke bedoeling tegenprestaties te vragen. Ook de begeleider aanvaardt geen financiële beloning of geschenken van de sporter die in onevenredige verhouding tot de gebruikelijke dan wel afgesproken honorering staan;

    • De begeleider zal er actief op toezien dat deze regels worden nageleefd door iedereen die bij de sporter is betrokken. Indien de begeleider gedrag signaleert dat niet in overeenstemming is met deze gedragsregels zal hij de daartoe noodzakelijke actie(s) ondernemen;

    • In die gevallen waarin de gedragsregels niet (direct) voorzien, ligt het binnen de verantwoordelijkheid van de begeleider in de geest hiervan te handelen;

    • Wanneer je te maken krijgt met grensoverschrijdend gedrag, of je hebt het vermoeden van grensoverschrijdend gedrag bij een teamgenoot o.i.d. neem dan contact op met de vertrouwenspersoon van DUKO.

    Handreiking kindermishandeling

    Als trainer, coach of coördinator zie je veel van de kinderen die je traint en coacht en je leert hen steeds beter kennen. Daarbij kan het voorkomen dat je je zorgen maakt om een kind uit jouw team, omdat je het idee hebt dat hij/zij niet lekker in zijn vel zit of omdat je signalen ontvangt dat het thuis niet helemaal lekker loopt. Vaak is het dan iets tijdelijks en onschuldigs, maar het kan ook zijn dat er meer aan de hand is.

    In deze handreiking lees je hoe je kindermishandeling kunt herkennen en welke stappen je binnen DUKO moet ondernemen als je vermoedt dat er sprake is van kindermishandeling.

    Wat is kindermishandeling

    Kindermishandeling is elke vorm van lichamelijke of emotionele geweldpleging die kinderen overkomt. Dit gebeurt niet per ongeluk, maar door het toedoen of het nalaten van ouders of verzorgers, waarbij afwijkingen bij het kind ontstaan of redelijkerwijs verwacht mag worden dat deze zullen ontstaan.

    Er zijn verschillende vormen van mishandeling, namelijk:

    • Lichamelijke mishandeling: het toebrengen van verwondingen zoals kneuzingen, snij-, brand- of schaafwonden, botbreuken of hersenletsel. Deze verwondingen kunnen ontstaan door: slaan, stompen, schoppen en dergelijke;

    • Psychische mishandeling: vernederen, kleineren, pesten, bang maken, het verbieden met anderen (bijv. leeftijdsgenootjes) om te gaan, onredelijk hoge eisen stellen en dergelijke;

    • Lichamelijke verwaarlozing: Het kind onthouden wat het nodig heeft voor zijn/haar lichamelijke gezondheid en ontwikkeling, zoals goede voeding, voldoende slaap, benodigde medicijnen, voldoende kleding en dergelijke;

    • Psychische verwaarlozing: het kind onthouden wat het voor zijn/haar geestelijke gezondheid en ontwikkeling nodig heeft, zoals aandacht, respect, veiligheid, warmte, liefde, genegenheid en bevestiging;

    • Seksueel misbruik: alle seksuele contacten van kinderen onder de zestien jaar met ouderen of volwassenen, die plaatsvinden tegen de zin van het kind, of waaraan het kind zich niet kan onttrekken;

    • Vaak is het zo dat meerdere van bovenstaande vormen tegelijkertijd voorkomen.

    Signalen

    Er zijn tientallen signalen die kunnen wijzen op kindermishandeling, maar het voorkomen van één of enkele van die signalen betekent niet altijd dat er sprake is van kindermishandeling.

    Enkele gedragssignalen bij kinderen zijn:

    • Agressief gedrag richting anderen;

    • Angst om zich uit te kleden;

    • Nerveus;

    • Concentratiestoornissen;

    • Angst voor (bepaalde) volwassenen;

    • Zicht terugtrekken;

    • Schrikachtig;

    • Negatief zelfbeeld, weinig zelfvertrouwen;

    • Seksueel uitdagend gedrag;

    • Snel hechten aan een onbekende volwassene.

    Een plotselinge gedragsverandering kan een goede reden zijn om het kind extra in de gaten te houden. 

    Enkele lichamelijke signalen bij kinderen zijn:

    • Blauwe plekken, botbreuken of wonden;

    • Groeiachterstand;

    • Overgewicht;

    • Stank, vieze kleding;

    • Oververmoeid;

    • Vaak ziek;

    • Achterblijvende motoriek.

    Enkele gedragssignalen bij ouders zijn:

    • Vreemde verklaringen geven voor lichamelijk letsel van hun kind;

    • Regelmatig bezoek aan de huisarts en/of het ziekenhuis;

    • Geen belangstelling tonen in het functioneren van hun kind;

    • Hun kind regelmatig (zonder goede reden) thuishouden van de wedstrijd/trainingen;

    • Laat zich regelmatig negatief uit over het kind.

    Stappenplan

    • Maak je je zorgen en/of herken je bovenstaande signalen bij een jeugdlid van DUKO? Volg dan dit stappenplan:

    • Bespreek je zorgen niet met het kind of zijn/haar ouders. Hierdoor kun je het gevaar voor het kind vergroten en bestaat het risico dat het lidmaatschap wordt opgezegd en het kind niet meer kan korfballen.

    • Zorg ervoor dat je een goede band met het kind houdt, zodat het kind zich bij jou op zijn/haar gemak voelt.

    • Schrijf voor jezelf op welke situaties zich wanneer hebben voorgedaan waardoor jij je zorgen maakt. Herken je enkele van de genoemde signalen? Heeft het kind een verontrustende opmerking gemaakt? Gedragen de ou zich vreemd ten opzichte van hun kind? Schrijf het op.

    • Neem contact op met de vertrouwenspersoon van DUKO en bespreek je zorgen met hem/haar. Hierbij kun je aangeven waarop jouw zorgen zijn gebaseerd, dit heb je bij punt 3 opgeschreven.

    • De vertrouwenspersoon bekijkt samen met jou op welke manier met jouw zorgen wordt omgegaan, hierna neemt de vertrouwenspersoon het van jou over.

    • De vertrouwenspersoon volgt de stappen die noodzakelijk zijn en maakt samen met de melder, zo nodig melding bij het bestuur van DUKO. Eventueel wordt door de vertrouwenspersoon advies gevraagd bij de huisarts en/of Veilig Thuis of een (anonieme) melding gedaan.

    • Neem altijd contact op met de vertrouwenspersoon als je het gevoel hebt dat er iets aan de hand is en je je zorgen maakt, dan kunnen jullie samen verder kijken welke stappen ondernomen moeten worden.

    Verklaring Omtrent Gedrag (VOG)

    Binnen DUKO dient iedereen vanaf 16 jaar die actief is met jeugdleden c.q. activiteiten voor jeugdleden organiseert een Verklaring Over, van, voor Gedrag (VOG) in te leveren. Het gaat om onder andere trainers, scheidsrechters, teambegeleiders, teamverzorgers, coördinatoren, en de kampleiding.

    Vanaf 1 januari 2015 kan een VOG gratis aangevraagd worden via de vereniging. Hiervoor dien je jouw geboortedatum, voorletters en achternaam te mailen aan secretaris@dukoduiven.nl. Vervolgens wordt de aanvraag in gang gezet en kun je vervolgens met DigiD zelf verder invullen. Het originele exemplaar dien je in te leveren bij Esther Bosman.

    Vertrouwenspersoon DUKO

    Binnen DUKO streven we ernaar om twee vertrouwenspersonen werkzaam te hebben. Omdat korfbal een gemengde sport is, heeft de voorkeur van de vereniging om zowel een vrouwelijke als een mannelijke vertrouwenspersoon aan te stellen. Daarmee gaat het bestuur er van uit dat de toegankelijkheid verhoogd wordt.

    De vertrouwenspersoon moet zelf lid zijn van de vereniging en heeft daarbinnen een eigen plaats en eigen verantwoordelijkheden. De vertrouwenspersoon kan op treden voor leden en ouders binnen de vereniging en behandelt al haar zaken in vertrouwelijke sfeer. De vertrouwenspersoon rapporteert jaarlijks in volledige anonimiteit aan de voorzitter van de vereniging

    • De vertrouwenspersoon heeft onder andere de volgende taken:

    • Onpartijdig optreden bij conflicten als intermediair tussen leden en/of kaderleden.

    • Op verzoek van het bestuur, een lid of een groep leden optreden als bemiddelaar in conflicten.

    • Zorgt er voor dat vertrouwelijkheid is gegarandeerd.

    • Kan eventueel in algemene zin, maar niet rechtstreeks voortvloeiend uit een vertrouwenszaak, ter preventie zaken publiceren in het cluborgaan.

    De huidige vertrouwenspersonen binnen DUKO zijn:

    <Vacature man>

    Esther Bosman (esther@dukoduiven.nl)

    De vertrouwenspersoon van DUKO volgt de meldcode van het centrum veilige sport en het NOC*NSF. Meer informatie hierover is te vinden op www.centrumveiligesport.nl